Veelgestelde vragen

Hoe werkt een kerncentrale?

Er zijn op de hele wereld verschillende types kerncentrales. De kerncentrale van Borssele en de kerncentrales in Doel werken op min of meer dezelfde wijze wat betreft het splijten van uraniumkernen en de verwerking van de energie die daarbij vrij komt. Beide kerncentrales werken op geheel andere wijze dan de kerncentrale in Tsjernobyl, waar in 1986 een ernstig kernongeval plaatsvond. Een ongeval zoals in Tsjernobyl kan met de centrales van Doel en Borssele niet gebeuren. Er is wel een verschil tussen de kerncentrales in Borssele en Doel wat betreft de aan- en afvoer van (koel)water.

  1. Hoe werkt de kerncentrale in Borssele?

    Veilig afgeschermd door staal en beton bevindt zich in het hart van de kerncentrale de “kern” 1. Hierin wordt warmte geproduceerd. Die ontstaat door het splijten van uraniumkernen, de splijtstof. De warmte wordt opgenomen door water van de nucleaire kringloop dat onder hoge druk circuleert door het reactorvat 2. Met de warmte wordt stoom gemaakt in de secundaire (niet-nucleaire) kringloop van de stoomgenerator 3. De stoom drijft een turbine 4 aan. Die zit op een as die een generator 5 aandrijft. De stroom die de generator opwekt, wordt aan het elektriciteitsnet geleverd. De stoom wordt in een condensor 6 gekoeld tot water. Dat koelen gebeurt door koud oppervlaktewater uit de Westerschelde 7 langs het stoomsysteem te voeren.

  2. Hoe werken de kerncentrales van Doel?

    Het algemene principe bestaat in de omzetting van warmte (opgewekt door het splijtingsproces) in elektriciteit. De hitte van de kernreactor wordt afgestaan aan water dat via een gesloten kringloop langs de splijtstofstaven circuleert. Dit eerste circuit wordt de primaire kringloop genoemd. Het water in die kringloop bereikt een temperatuur van gemiddeld 300 °C. In een drukwaterreactor kan het water het kookpunt niet bereiken omdat het onder druk staat: daarvoor zorgt de pressurizer of het drukregelvat. Het verhitte water in de primaire kringloop staat op zijn beurt warmte af aan een tweede gesloten circuit, de secundaire kringloop. Beide kringlopen zijn hermetisch van elkaar gescheiden. De warmtewisseling vindt plaats in een stoomgenerator, een grote cilindervormige warmtewisselaar die uit duizenden buizen bestaat. De hitte zet het water van de secundaire kringloop om in stoom. De stoom die in de secundaire kringloop wordt geproduceerd, zet zich uit over verschillende turbinelichamen en doet de turbine draaien. Een alternator, gekoppeld aan de turbines, zet ten slotte de bewegingsenergie om in elektriciteit die het hoogspanningsnet voedt.
    De stoom waarmee de turbines worden aangedreven, koelt vervolgens af in een condensor waar hij opnieuw in water wordt omgezet na in contact te zijn gekomen met duizenden buizen waarin het koelwater van een derde kringloop (op zijn beurt volledig gescheiden van de tweede kringloop) circuleert. Dit water wordt vervolgens naar de stoomgenerator teruggevoerd om er andermaal voor stoomproductie te worden gebruikt.
    Naar het voorbeeld van grote thermische centrales beschikken ook kerncentrales over een koeltoren om de temperatuur van het gebruikte koelwater via natuurlijke luchtcirculatie te doen dalen. Zo wordt in kerncentrales het water van de derde kringloop hergebruikt om de stoom in de condensor af te koelen. Slechts 1,5% van dit water verdampt: het is de damppluim die uit de koeltoren ontsnapt.
    Voor meer informatie over de Kerncentrales in Doel, zie ook www.electrabel.com.

  3. Hoe werkt het proces in detail?

    De hitte van de kernreactor wordt afgestaan aan water dat via een gesloten kringloop langs de splijtstofstaven circuleert. Dit eerste circuit wordt de primaire kringloop genoemd. Het water in die kringloop bereikt een temperatuur van gemiddeld 300 °C. In een drukwaterreactor kan het water het kookpunt niet bereiken omdat het onder druk staat: daarvoor zorgt de pressurizer of het drukregelvat. Het verhitte water in de primaire kringloop staat op zijn beurt warmte af aan een tweede gesloten circuit, de secundaire kringloop. Beide kringlopen zijn hermetisch van elkaar gescheiden. De warmtewisseling vindt plaats in een stoomgenerator, een grote cilindervormige warmtewisselaar die uit duizenden buizen bestaat. De hitte zet het water van de secundaire kringloop om in stoom. De stoom die in de secundaire kringloop wordt geproduceerd, zet zich uit over verschillende turbinelichamen en doet de turbine draaien. Een alternator, gekoppeld aan de turbines, zet ten slotte de bewegingsenergie om in elektriciteit die het hoogspanningsnet voedt. De stoom waarmee de turbines worden aangedreven, koelt vervolgens af in een condensor waar hij opnieuw in water wordt omgezet na in contact te zijn gekomen met duizenden buizen waarin het koelwater van een derde kringloop (op zijn beurt volledig gescheiden van de tweede kringloop) circuleert. Dit water wordt vervolgens naar de stoomgenerator teruggevoerd om er andermaal voor stoomproductie te worden gebruikt. Voor meer informatie over de Kerncentrales: www.electrabel.com

  4. De kerncentrales van Doel hebben koeltorens en die van Borssele niet, hoe zit dat?

    Beide centrales hebben twee producten: elektriciteit en restwarmte in de vorm van stoom. In Borssele wordt de stoom gekoeld met water uit de Westerschelde. Dit water is dan warm op het moment dat het in de Westerschelde terugvloeit. In Doel is er een derde kringloop, waarbij water wordt gekoeld in een koeltoren en de warmte (circa 1,5% van het water) verdampt in de lucht. Zo is het water dat terugvloeit in de Westerschelde koud.

  5. Hoe is de veiligheid van de kerncentrales van Borssele en Doel gewaarborgd?

    De veiligheid wordt gewaarborgd door het ontwerp van de centrale en door strenge controle. Bij de splijting van uraniumkernen worden radioactieve splijtingsproducten gemaakt. Door vier barrières wordt voorkomen dat deze radioactieve splijtingsproducten buiten de kerncentrale komen.

    1. De splijtingsproducten blijven na hun ontstaan in het uranium zitten.
    2. Het uranium is ingekapseld in gasdichte metal buisjes, de splijtstofpennen.
    3. Deze splijtstofpennen bevinden zich in het gasdichte reactorvat en
    4. het reactorvat is opgesteld in een bolvormig gasdicht gebouw.

    Slechtshts bij zeer ernstige ongevallen in de kerncentrale raken alle vier deze barrières beschadigd en kunnen er grote hoeveelheden radioactieve stoffen vrijkomen in het milieu. Daarnaast is er strenge controle door de kerncentrales zelf en nationale instanties.

  6. Hoe wordt een kerncentrale gecontroleerd?

    Kerncentrales staan onder streng nationaal en internationaal toezicht. Veel hiervan is wettelijk geregeld of ligt vast in internationale verdragen. Daarnaast worden in de vergunning Kernenergiewet talrijke eisen gesteld aan de eigenaar van de kerncentrale, waaronder eisen om internationale contacten tussen kerncentrales te onderhouden om kennis en ervaringen uit te wisselen.
    Wettelijk toezicht in Nederland valt onder het ministerie van VROM en wordt uitgevoerd door de Kernfysische Dienst (KFD), een onderdeel van de VROM-Inspectie. De KFD ziet er scherp op toe dat alle nucleaire installaties in ons land technisch in orde zijn en dat veiligheids- en beveiligingsmaatregelen tot in detail worden getroffen.
    Er zijn vrijwel dagelijks contacten tussen de kerncentrale en de KFD-. Inspecteurs. De KFD-Inspecteurs houden vaak ter plekke toezicht en controles. Zij kijken of de vergunningen worden nageleefd, of technische specificaties en de werkwijzen kloppen en of wijzigingen aan installaties mogen worden uitgevoerd.
    Naast dit technische werk houdt de KFD ook toezicht op de organisatiestructuur en processen, veiligheidsmanagement, menselijk handelen en de veiligheidscultuur. Ook bij de aan- en afvoer van radioactieve stoffen is de KFD een van de toezichthoudende partijen.
    Het internationaal toezicht op kerncentrales is in handen van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA). Deze autonome organisatie is onderdeel van de Verenigde Naties en ziet toe op veilig en vreedzaam gebruik van kernenergie. Het bureau heeft het recht om inspecties te doen bij nucleaire installaties van de lidstaten. De IAEA wordt ook door VROM uitgenodigd voor inspecties of een second opinion.

  7. In 1986 was er een ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl. Kan dit in Nederland ook gebeuren?

    Nee, een ongeluk als in Tsjernobyl kan hier niet gebeuren omdat Tjernobyl een ander type centrale was waarbij de veiligheidsomhulling ontbrak. De centrales in Borssele en Doel zijn wel voorzien van zeer goede veiligheidsmaatregelen.

Terug naar boven

Een kernongeval, wat moet ik doen?

  1. Wat is een kernongeval?

    Een kernongeval is een gebeurtenis waarbij:

    1. Straling vrijkomt of dreigt vrij te komen die tot een verhoogd risico leidt of kan leiden voor mens en milieu, en
    2. waar ter voorkoming of vermindering van een verhoogd stralingsrisico voor mens of milieu een gecoördineerde inzet van hulpdiensten en organisaties wordt gevergd.
  2. Hoe groot is de kans op een kernongeval?

    Het risicobeleid voor kernongevallen gaat uit van een uiterst geringe kans op het voordoen van een incidenten met gevolgen voor de omgeving. Als beleidsaanname wordt hierbij een kans van 1 op 1.000.000 (miljoen) jaar gehanteerd. De kans op een grote lozing van de kerncentrale Borssele waarbij jodiumtabletten moeten worden uitgedeeld, is op jaarbasis 1 op 10.000.000 (10 miljoen). Ter vergelijking, de kans op een dijkdoorbraak in Zeeland is 1 op de 4.000.

  3. Wat moet ik doen bij een kernongeval?

    Als zich een zwaar kernongeval voordoet, kunnen er mogelijk radioactieve stoffen vrijkomen. Wanneer er een radioactieve wolk vrijkomt, kunt u heel wat doen om u te beschermen. Het effect van radioactiviteit op de omgeving hangt mede af van de windsnelheid en windrichting. Na een ongeval met een kerncentrale is er in het algemeen voldoende tijd – minimaal enkele uren - om maatregelen te nemen, zowel voor de overheid als voor inwoners.
    Afhankelijk van de windrichting kunnen er specifieke maatregelen voor één of meerdere gemeenten worden afgekondigd. Komt de wind bijvoorbeeld uit het westen, dan zullen de maatregelen gelden voor de mensen die ten oosten van de centrale wonen. Luister naar de overheidsberichtgeving via de regionale rampenzender voor de exacte gebiedsaanduiding.

    Maatregelen die genomen kunnen worden, zijn:

    • regionale rampenzender aanzetten
    • schuilen
    • evacueren
    • jodiumtabletten klaar leggen
    • noodpakket klaar zetten.

    Als de sirene gaat:

    • blijf binnen of ga naar binnen;
    • stem af op de regionale rampenzender;
    • volg de instructies van de officiële overheidsberichten op.

    Zet de regionale rampenzender aan

    Als de sirene gaat, krijgen Omroep Zeeland en Omroep Brabant de rol van rampenzender. Via de rampenzender ontvangt u nadere informatie en instructies van de overheid. Ook worden andere middelen ingezet waarmee de overheid u nader informeert: omroepwagens, website(s) en een informatienummer.
    Als de overheid instructies en adviezen geeft, maakt zij duidelijk kenbaar dat het om een overheidsbericht gaat. Tijdens een kernongeval is de nationale overheid woordvoerder in samenwerking met provinciale en gemeentelijke overheden.

    Frequenties Omroep Zeeland:

    Radio: via de kabel FM 87.6 MHz. Via de ether FM 87.9 MHz en in Zuidwest-Zeeland FM 98.4 MHz. TV Teletekstpagina 199 van Omroep Zeeland. Via kabelkanaal 52+.
    Frequenties Omroep Brabant: Radio: via de ether FM 91.0. Via de kabel FM 89.4 voor de gemeenten Woensdrecht, Roosendaal en Bergen op Zoom. TV en Teletekst via kabelkanaal 23+ voor de gemeenten Woensdrecht, Roosendaal en Bergen op Zoom, teletekstpagina 112.

    Digitale TV en Radio: raadpleeg uw regionale omroep, de aanbieder van digitale TV en Radio of de kabelexploitant voor de juiste kanalen van de regionale rampenzender en stel deze vooraf in.

    Schuilen. Blijf binnen of ga naar binnen en sluit ramen en deuren

    Schuilen is een snelle en effectieve maatregel om uzelf te beschermen tegen radioactiviteit. Straling wordt voor een groot deel tegengehouden door het dak en de muren. Schakel daarom direct alle ventilatie uit en sluit alle kieren en naden af. Beschikt het gebouw over een kelder? Neem daar dan plaats. Een goed alternatief is een centrale ruimte op de begane grond. Ga bij voorkeur naar een ruimte zonder ventilatie en zonder ramen. Zijn er wel ramen? Ga er niet te dicht bij zitten; een raam biedt u minder bescherming dan een muur. Blijf binnen tot het alarm officieel wordt opgeheven.

    Bent u buiten of onderweg met de auto als de sirenes gaan?

    Als u buiten bent, ga dan zo snel mogelijk ergens naar binnen. Zit u in de auto: zet de regionale rampenzender aan, schakel alle ventilatie uit en rij van de kerncentrale vandaan. Let op: als er files zijn, is schuilen in een gebouw een veiligere optie.

    Evacuatie

    Alleen bij zeer zware kernongevallen zal een gebied direct rondom de kerncentrale worden geëvacueerd. De overheid roept bewoners dan op de woning te verlaten en met eigen of georganiseerd vervoer naar een veilig gebied te gaan. Soms kan de overheid adviseren eerst te schuilen totdat de radioactieve wolk is overgetrokken, voordat een gebied alsnog kan worden geëvacueerd.

    Telefoneer niet onnodig

    De overbelasting van het telefoonnetwerk kan de hulpverlening verstoren. Daarom het dringende advies: bel niet!

    Jodiumtabletten klaarleggen

    Leg jodiumtabletten alvast klaar. Om u te beschermen tegen radioactief jodium kan de overheid u het advies geven op een bepaald moment een jodiumtablet in te nemen. Dit gebeurt echter alleen als er radioactief jodium is vrijgekomen. Dit hoeft niet altijd het geval te zijn bij een kernongeval. Het onnodig innemen van een jodiumtablet kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Wacht daarom op de instructie van de overheid alvorens ze in te nemen.

Terug naar boven

Maatregelzones

  1. Welke maatregelen kunnen rond de kerncentrale worden getroffen?

    Er zijn drie maatregelen mogelijk: schuilen, schuilen en inname jodiumtabletten en evacueren.

  2. Wat is schuilen?

    Schuilen. Blijf binnen of ga naar binnen en sluit ramen en deuren. Schuilen is een snelle en effectieve maatregel om uzelf te beschermen tegen radioactiviteit. Straling wordt voor een groot deel tegengehouden door het dak en de muren. Schakel daarom direct alle ventilatie uit en sluit alle kieren en naden af. Beschikt het gebouw over een kelder? Neem daar dan plaats. Een goed alternatief is een centrale ruimte op de begane grond. Ga bij voorkeur naar een ruimte zonder ventilatie en zonder ramen. Zijn er wel ramen? Ga er niet te dicht bij zitten; een raam biedt u minder bescherming dan een muur. Blijf binnen tot het alarm officieel wordt opgeheven.

  3. Wat betekent schuilen en innemen jodiumtabletten?

    In de zone schuilen en innemen jodiumtabletten moeten bewoners schuilen in een stenen of betonnen gebouw. Via de rampenzender hoort u tevens of u zich in het gebied bevindt waar u uit voorzorg jodiumtabletten moet innemen. Hiermee voorkomt u dat radioactief jodium in uw lichaam wordt opgenomen. Neem alleen jodiumtabletten in wanneer de overheid u dit adviseert. De tabletten zijn kosteloos door de gemeente beschikbaar gesteld. Mocht de straling ook tot in gebieden buiten de donkergele zone reiken, dan zorgt de overheid voor verdere verspreiding van jodiumtabletten.

  4. Hoe is evacuatie rondom de kerncentrale in Borssele geregeld?

    In Nederland is het zo geregeld, dat EPZ (de eigenaar van de kerncentrale in Borssele) verantwoordelijk is voor alle noodmaatregelen op het eigen terrein en de overheid voor de maatregelen in de omgeving. Daarvoor heeft de overheid draaiboeken klaarliggen die periodiek worden geoefend, met deelneming van de alarmorganisatie van EPZ zelf.

  5. Hoe snel kun je in Zeeland evacueren?

    Het gebied dat bij een dreigend stralingsongeval geevacueerd moet worden is mede afhankelijk van de weerscondities en de ernst van het dreigende ongeval. In Japan is in maart 2011 een gebied van 20 km rondom de kerncentrale geevacueerd, deze afstand van 20 km rondom de centrale is veilig in 95% van de weerscondities. Zo’n evacuatie is relatief snel te realiseren. Een nucleair incident ontwikkelt zich in de loop van uren of dagen. Er is dus de tijd om te evacueren, zoals dat nu ook in Japan onder zeer moeilijke omstandigheden is gedaan.

    In 2008 is in het kader van overstromingsrisico’s door Veiligheidsregio, Politie en gemeenten evacuatie van de gehele bevolking van de provincie Zeeland uitgewerkt. Bij een overstromingssituatie is berekend dat er ca. 28 uur nodig is om heel Zeeland te evacueren.

    Bij een stralingsongeval kunnen in tegenstelling tot een overstromingssituatie alle wegen, ook de noord/zuidwegen worden benut, dus bijv. richting België en richting Rotterdam (N57). Mocht, zoals in Japan, besloten worden om ca. 20 km rondom de kerncentrale te evacueren, dan kan dit dus sneller gebeuren dan de 28 uur die voor hoog water is berekend, omdat het evacuatiegebied kleiner is (20 km versus hele provincie) en omdat er meer wegen te benutten zijn (alle wegen, niet alleen A58 en andere west-oostverbindingen).

  6. Is een grote evacuatie wel eens geoefend?

    De laatste grote omvangrijke evacuatie vond in ons land in 1995 plaats bij dreigende rivieroverstromingen in de Betuwe. Op maandagmorgen 30 januari viel het besluit om een deel van de Betuwe te evacueren. Dit was eerst nog vrijwillig. Dinsdagavond volgde de verplichting voor een nog groter gebied dan aanvankelijk werd gedacht. Veestapel en mensen kregen anderhalve dag de tijd om te evacueren, het betrof 150.000 mensen. Uiterst gedisciplineerd verlieten inwoners op eigen gelegenheid het gebied en werden elders opgevangen. Binnen enkele dagen – accent op maandag/dinsdag - is de evacuatie voltooid. Deze gebeurtenis is goed onderzocht en de Rijksoverheid heeft er veel van geleerd.

     

    Het oefenen van een evacuatie is een enorme logistieke operatie. Meerdere veiligheidsregio’s en provincies in Nederland hebben de afgelopen jaren het evacuatieproces geoefend. Bij dergelijke oefeningen wordt meestal gefocust op de logistieke organisatie. Tot daadwerkelijk transport van omwonenden wordt niet altijd overgegaan omdat dit het dagelijks leven van omwonenden te zeer zou onderbreken; er wordt zogezegd “droog” geoefend in de logistieke organisatie (bijvoorbeeld met lege bussen rijden in plaats van met volle).

Terug naar boven

Wat is radioactiviteit?

  1. Wat is radioactiviteit?

    Radioactiviteit is de bijzondere eigenschap van een chemische stof dat die straling uitzendt. We noemen dat een radioactieve stof. Dit kan een gas, damp, vloeistof of vaste stof zijn. Bekende radioactieve stoffen zijn Cobalt, Cesium, Jodium, Radium, Uranium en Plutonium.

  2. Wat is straling?

    Straling wordt uitgezonden door radioactieve stoffen. De eigenschappen van de straling zijn afhankelijk van de radioactieve stof waaruit de straling ontstaat. We kennen alfa-, bèta- en gammastraling. In ziekenhuizen wordt ook Röntgenstraling gemaakt in röntgentoestellen.

  3. Hoe kan ik me beschermen tegen straling?

    Alfa-straling gaat maximaal 10 cm in de lucht en kan worden tegengehouden door een dunne laag materiaal, zoals kleding of papier. Bèta-straling gaat maximaal enkele meters in de lucht en kan eenvoudig worden tegengehouden door een laag materiaal van ongeveer 1 cm dikte. Gamma en röntgenstraling kan men verzwakken met een betonnen of stenen muur of met een loden plaat. Ook neemt de straling snel af als de afstand tot de radioactieve stof toeneemt.

  4. Is straling gevaarlijk?

    Dat hangt van de hoeveelheid straling af. Dit noemt men de dosis. Een kleine hoeveelheid straling is niet gevaarlijk, want dat komt ook in de natuur voor. Een grote hoeveelheid straling kan gevaarlijk zijn.

  5. Zijn de verschillende soorten straling even gevaarlijk?

    Als de straling van buiten het lichaam komt is gammastraling schadelijker dan bèta- of alfastraling, omdat alleen gammastraling weinig wordt verzwakt door je lichaam en makkelijk in je lichaam komt. De andere twee soorten straling worden tegengehouden door je kleding en de huid. Als een radioactieve stof in het lichaam komt door inademen of drinken, dan wordt de straling in het lichaam uitgezonden. In dit geval is alfastraling het gevaarlijkst.

  6. Hoe weet ik of ergens straling is?

    Straling kun je niet zien of voelen. Alleen met speciale instrumenten kan worden vastgesteld of ergens straling is. Onder andere de kerncentrale zelf, de brandweer, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en defensie beschikken over deze meetapparatuur. Bij een incident wordt via de rampenzender Omroep Zeeland radio of Omroep Zeeland teletekst en www.crisis.nl gecommuniceerd over welke dosis en welke straling er zijn. Ook wordt aangegeven welke maatregelen worden genomen.

  7. Hoe kan ik bloot worden gesteld aan straling?

    Hoewel we het ons niet altijd realiseren, is overal op aarde straling aanwezig. Vanuit de ruimte komt kosmische straling in onze atmosfeer. Daarnaast bevat de aardkorst van nature radioactieve stoffen die voortdurend straling uitzenden. Een deel van de natuurlijke radioactieve stoffen krijgen we via ons voedsel binnen en door de aanwezigheid van natuurlijke radioactieve stoffen in bouwmaterialen komt er straling vrij in onze huizen. Deze natuurlijke straling die altijd aanwezig is, noemen we achtergrondstraling. De achtergrondstraling verschilt van plaats tot plaats. In sommige landen zorgen meer radioactieve stoffen in de aardkorst ervoor dat de jaarlijkse stralingsdosis hoger is dan in Nederland. Door de kosmische straling is op grotere hoogte de dosis hoger. Daarom leveren vliegreizen en wintersport een kleine extra stralingsbelasting op.

  8. Hoe kan ik besmet raken?

    Inwendige besmetting kan plaatsvinden door het inademen of via de mond binnen krijgen van radioactieve stoffen via voeding. Uitwendige besmetting komt doordat de radioactieve stof op je huid komt en daar blijft zitten. Bij uitwendige besmetting is alfa-straling vrijwel onschadelijk, omdat alfa-deeltjes niet door de huid heen kunnen dringen. Met bèta-straling zijn de risico's groter, omdat deze straling iets dieper doordringt. Maar het is vooral de gamma-straling die de risico's oplevert: deze straling kan diep in het lichaam doordringen en daar schade veroorzaken.

  9. Welke effecten heeft straling op de gezondheid?

    Straling kunt u niet zien, voelen of ruiken. Straling kan verandering van DNA in cellen veroorzaken. Het menselijk lichaam herstelt deze schade in de meeste gevallen zelf. Wanneer veranderingen in het DNA niet of niet goed worden hersteld, kan zich in een later stadium soms kanker ontwikkelen (zoals leukemie en schildklierkanker). Bij een zeer hoge dosis straling kunnen zich brandwonden en misselijkheid voordoen. De aard en ernst van de schade en de kans op optreden van de schade hangt sterk af van de hoogte van de dosis. Bij zeer hoge dosis ioniserende straling worden lichaamscellen gedood en treedt directe gezondheidsschade op.

  10. Krijg ik kanker van straling?

    Een dosis straling kan schade veroorzaken aan DNA in cellen. Het menselijk lichaam herstelt deze schade in de meeste gevallen zelf. Wanneer veranderingen in het DNA niet of niet goed worden hersteld, kan zich in een later stadium soms kanker ontwikkelen (zoals leukemie en schildklierkanker). Hoe hoger de stralingsdosis, hoe groter de kans op kanker, de aard en de ernst blijft echter gelijk. Door maatregelen te treffen als schuilen en het slikken van jodiumtabletten wordt de dosis lager en wordt de kans op blijvende negatieve gevolgen aanzienlijk verkleind.

Terug naar boven

De werking van jodiumtabletten (o.a. medisch)

  1. Wat zijn jodiumtabletten?

    Jodiumtabletten zijn tabletten met kaliumjodaat. Kaliumjodaat is een geneesmiddel dat een vorm van jodium bevat die gemakkelijk door het lichaam wordt opgenomen. Het behoort tot de groep van schildkliermiddelen. Een jodiumtablet is een geneesmiddel. Neem de tablet daarom nooit in op eigen initiatief, maar alleen na instructie vanuit de overheid.

  2. Waar dienen jodiumtabletten voor?

    Bij een kernongeval kunnen radioactieve stoffen vrijkomen. Een voorbeeld van zo'n radioactieve stof is radioactief jodium. Radioactief jodium kan via de luchtwegen of het eten van besmet voedsel in het lichaam terechtkomen en door de schildklier worden opgenomen. Dit kan op de langere termijn (na vijf jaar of later) schildklierkanker veroorzaken. De schildklier heeft een beperkte opnamecapaciteit voor jodium. De opname van radioactief jodium in de schildklier kan daarom worden voorkomen door vóór of tijdens de blootstelling een extra hoeveelheid niet-radioactief jodium in te nemen, in de vorm van jodiumtabletten (kaliumjodaat) zodat de schildklier wordt verzadigd. Jodiumtabletten bieden geen bescherming tegen straling en ook niet tegen andere radioactieve stoffen die door het lichaam worden opgenomen. Daarom zal de overheid ook andere beschermende maatregelen afkondigen zoals schuilen en maatregelen ter bescherming van voedsel.

     

  3. Voor wie zijn jodiumtabletten nuttig?

    Hoe jonger, hoe belangrijker het is om u te beschermen tegen besmetting van radioactief jodium. Vooral baby's en jonge kinderen lopen een verhoogd risico. Ook voor zwangere vrouwen van alle leeftijden is het advies een jodiumtablet in te nemen ter bescherming van hun ongeboren kind. Jodiumtabletten worden aanbevolen voor mensen tot en met 45 jaar. Mocht zich in de komende jaren een kernongeval voordoen waarbij radioactief jodium vrijkomt - hoe klein die kans ook is - dan heeft u de tablet in huis.

  4. Ik ben 45 jaar oud? Moet ik de tabletten wel of niet ophalen?

    Als u 45 jaar bent, behoort u ook tot de groep die wordt geadviseerd jodiumtabletten in huis te halen. Jodiumtabletten zijn nuttig voor mensen tot en met 45 jaar. Bent u eenmaal ouder dan 45 jaar, dan is het advies de tablet niet te slikken (zie ook hierna). Als u dat wilt, kunt u de tablet inleveren bij uw gemeente op de locatie waar u de tablet heeft opgehaald als u deze niet meer nodig heeft.

  5. Ik ben ouder dan 45 jaar. Waarom wordt mij ontraden om jodiumtabletten in te nemen?

    Bij mensen van 46 jaar en ouder is tot nu toe geen verhoogd risico voor schildklierkanker door radioactief jodium vastgesteld. De kans op bijwerkingen van jodiumtabletten neemt wel toe. Daarom hoeven mensen van 46 jaar en ouder geen jodiumtabletten in huis te halen.

  6. Ik ben ouder dan 45 jaar en zwanger. Moet ik wel of niet een tablet innemen?

    Als u zwanger bent en ouder dan 45 jaar is het advies om wél een tablet in te nemen ter bescherming van uw ongeboren kind. Wanneer het kindje kort na inname van de tablet geboren wordt, dient u uw verloskundige of arts te vertellen dat u een jodiumtablet heeft ingenomen. De arts of verloskundige kan de schildklierfunctie van de baby dan in de gaten houden.

  7. Wanneer moet ik de jodiumtabletten innemen?

    Een jodiumtablet is een geneesmiddel. Neem de tablet daarom nooit in op eigen initiatief, maar alleen na instructie vanuit de overheid. Een jodiumtablet heeft uitsluitend een beschermende werking wanneer deze op het juiste moment wordt ingenomen. Neemt u de tablet te vroeg of te laat in, dan biedt deze geen bescherming op het moment dat u wordt blootgesteld aan radioactief jodium. Het juiste moment van innemen is afhankelijk van de hoeveelheid vrijgekomen radioactief jodium en van de snelheid waarmee radioactieve stoffen zich over de omgeving verspreiden. Als stoffen bijvoorbeeld neerslaan in de directe omgeving van een kerncentrale, dan is het niet nodig om verder weg jodiumtabletten in te nemen. Na een ongeval waarbij radioactief jodium is vrij gekomen, gaan meetploegen aan de slag met meten en berekenen, op basis waarvan advies wordt uitgebracht of de tabletten ingenomen moeten worden en wat het juiste moment is van innemen. Jodiumtabletten mogen dan ook uitsluitend gebruikt worden als de overheid dat uitdrukkelijk aanbeveelt. Luister daarom bij een ramp naar de overheidsberichten op de regionale rampenzender.

  8. Zijn de tabletten nog steeds effectief tijdens een kernongeval als ik de tabletten nu al inneem?

    Jodiumtabletten bieden alleen bescherming tegen vrijgekomen radioactief jodium kort na inname van de tablet. Neem de tabletten daarom alleen in ná aanbeveling van de overheid, dit zal zijn kort voor of kort nadat radioactief jodium is vrijgekomen. Deze aanbeveling krijgt u via radio of televisie. Zie ook het antwoord op de voorgaande vraag.

  9. Helpen jodiumtabletten tegen alle radioactieve stoffen?

    Jodiumtabletten bieden alleen bescherming bij het vrijkomen van radioactief jodium. Zij bieden geen bescherming tegen straling of andere radioactieve stoffen die door het lichaam worden opgenomen. Daarom zal de overheid ook andere beschermende maatregelen afkondigen zoals schuilen en maatregelen ter bescherming van voedsel.

  10. Hoe kan ik de tabletten het beste bewaren?

    Bewaar de tabletten bij een temperatuur tussen 15°C en 25°C. Houd de verpakking zorgvuldig gesloten ter bescherming tegen vocht. Als u de tabletten op deze wijze bewaart, kunt u dit geneesmiddel gebruiken tot de op de verpakking vermelde datum. De aanduiding

  11. Moet ik naar de dokter als ik per ongeluk te vroeg een jodiumtablet inneem?

    U neemt pas een jodiumtablet in wanneer de overheid hiertoe opdracht heeft gegeven. Wanneer een kind een jodiumtablet heeft opgegeten, zonder dat hier aanleiding toe is, neem dan contact op met uw huisarts. Voor volwassenen tot en met 45 jaar die niet allergisch zijn voor jodium, kan een tablet geen kwaad. Zorg er voor dat u een nieuwe jodiumtablet in huis haalt, zodat u in geval van een eventueel kernongeval met radioactief jodium de juiste voorraad tabletten in huis hebt voor u en uw huisgenoten.

  12. Moeten kinderen na advies van de overheid ook een joidumtablet innemen?

    Ja. Kinderen tot en met 3 jaar krijgen een halve tablet. Kinderen van 4 jaar en ouder krijgen één hele tablet. Om de schildklier goed te verzadigen zit er een grote hoeveelheid jodium in de tabletten. Daarom krijgen jonge kinderen t/m 3 jaar een halve tablet, zij hebben minder jodium nodig om de schildklier te verzadigen.

     

  13. Ik geef borstvoeding, moet ik dan een jodiumtablet innemen?

    Ja, u krijgt ook het advies een jodiumtablet in te nemen. Kaliumjodaat kan worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven. Kaliumjodaat gaat over in de moedermelk, maar deze hoeveelheid is te klein om de baby voldoende te beschermen. Daarom moet de baby zelf ook een halve jodiumtablet krijgen toegediend. De halve tablet mag worden fijngemaakt en worden ingenomen met een lepel yoghurt, vla of appelmoes. Hierna moet nog wel een glas vloeistof (bijvoorbeeld water, limonade of melk) worden gedronken. De halve tablet mag ook worden opgelost in een vloeistof.

  14. Ik ben zwanger, moet ik een jodiumtablet innemen?

    Kaliumjodaat kan worden gebruikt door zwangere vrouwen van alle leeftijden. Wanneer het kindje kort na inname van de tablet geboren wordt, dient u uw verloskundige of arts te vertellen dat u een jodiumtablet heeft ingenomen. De arts of verloskundige kan de schildklierfunctie van de baby dan in de gaten houden.

  15. Moeten kinderen dezelfde dosis tabletten innemen?

    Er is verschil voor leeftijdsgroepen welke dosis moet worden ingenomen. Er hoeft slechts 1 keer een dosis ingenomen te worden.
    Kinderen tot en met 3 jaar - een halve tablet.
    Kinderen van 4 jaar en ouder - 1 hele tablet
    Volwassenen tot en met 45 jaar - 1 hele tablet
    Zwangere vrouwen (alle leeftijden) 1 hele tablet. Hiermee beschermt u ook uw ongeboren kind.

  16. Kan ik mijn huisdier een jodiumtablet geven?

    Een jodiumtablet is een geneesmiddel, bestemd voor mensen. Het advies is om uw huisdier geen jodiumtablet te geven, om meerdere redenen. De kans dat schildklierkanker zich ontwikkelt, is vanaf vijf jaar of later nadat een radioactieve lozing heeft plaats gehad. Veel dieren leven niet zo lang. Uit onderzoek blijkt ook dat schildklierkanker niet veel voor lijkt te komen bij dieren. Wel is bekend dat dieren vaak te maken hebben met andere schildklierstoornissen. Het geven van een jodiumtablet aan huisdieren kan uw huisdier op de korte termijn juist mogelijk ziek maken. U beschermt (huis)dieren het beste door hen binnen te houden tijdens het vrijkomen van radioactieve stoffen.

  17. Wat moet ik doen als iemand een aantal jodiumtabletten heeft ingenomen?

    Neem onmiddellijk contact op met uw huisarts. Zeker wanneer kinderen een overdosis innemen is dit extra van belang. De huisarts kan dan, als hij dat nodig acht, screenen op schildklieraandoeningen.

  18. Wat voor bijwerkingen hebben jodiumtabletten?

    Bij uitreiking van de jodiumtablet door uw gemeente, zit in de verpakking ook een bijsluiter. Kijk op de bijsluiter voor de mogelijke bijwerkingen van jodiumtabletten. De bijsluiter geeft u ook meer informatie over de in te nemen dosis. Dit is namelijk afhankelijk van uw leeftijd. De bijsluiter geeft u ook een overzicht van de gevallen waarin het gebruik van de tabletten beter kan worden vermeden. Is één van de omschreven situaties in de bijsluiter op u van toepassing? Neemt u dan voortijdig contact op met uw huisarts of specialist.

  19. De houdbaarheidsdatum van de jodiumtabletten is verstreken. Wat nu?

    U kunt verouderde tabletten inleveren bij uw gemeente. Nieuwe tabletten kunt u eveneens verkrijgen via uw gemeente. De aanduiding

  20. Ik ben de bijsluiter kwijt. Waar kan ik de bijsluiter vinden?

    De tekst van de bijsluiter vindt u hier.

  21. Ik ben de tabletten kwijt. Kan ik nieuwe tabletten krijgen?

    Bij uw gemeente kunt u nieuwe tabletten krijgen.

  22. Waar kan ik terecht voor meer informatie over de (bij)werking van jodiumtabletten?

    Lees de bijsluiter en neem contact op met uw huisarts of apotheker als u meer informatie wilt over eventuele bijwerkingen van de inname van jodiumtabletten in uw specifieke situatie

  23. Hoe ziet kaliumjodaat eruit en wat is de inhoud van de verpakking?

    Platte witte tabletten met breukstreep. De tabletten zijn verpakt in een blisterverpakking.

  24. Wat zit er in de tabletten?

    Het werkzame bestanddeel is 170 mg kaliumjodaat en dat komt overeen met 100 mg jodium per tablet. De andere bestanddelen zijn cellulose en magnesiumstearaat.

  25. Wie is de fabrikant van de jodiumtabletten?

    De tabletten zijn geproduceerd door Pharmachemie BV, Swensweg 5, Haarlem in opdracht van het ministerie van VWS.

  26. Is het verstandig om in Nederland vanwege radioactieve lozingen in Japan op voorhand jodiumtabletten in te nemen?

    Dat is niet verstandig. Ten eerste is het niet nodig enten tweede kunnen er mogelijk ongewenste bijverschijnselen optreden. Zie ook de antwoorden op andere vragen over het gebruik en inname van jodiumtabletten.

Terug naar boven

Ophalen van jodiumtabletten

  1. Waar moet ik de jodiumtabletten ophalen?

    Als u in een gebied woont waar jodiumtabletten beschikbaar worden gesteld aan inwoners, ontvangt u hierover een brief en informatiefolder van uw gemeente. In deze brief staat vermeld op welke locatie u de tabletten kunt ophalen en wat de openingstijden zijn. Heeft u de brief niet meer? Kijk op de website van uw gemeente voor informatie over ophaallocatie en openingstijden.

  2. Wat moet ik meenemen als ik de tabletten ga ophalen?

    U hoeft niets mee te nemen. De gemeentefunctionaris vraagt bij het afhalen van de jodiumtabletten of uw postcode genoteerd mag worden. Deze vraag over uw postcode is vrijblijvend, u bent niet verplicht hier antwoord op te geven. De gemeenten vragen hier naar, omdat zij deze gegevens in de toekomst kunnen gebruiken voor evaluatie en/of onderzoek. De gemeente gebruikt deze informatie uitsluitend voor informatie op wijk- of dorpsniveau, en kijkt niet per huishouden of tabletten wel of niet zijn opgehaald. Hieruit kunnen gemeenten gegevens halen over de verspreiding van de tabletten (in welke dorpen/wijken halen de inwoners de tabletten op en in welke niet). Deze informatie is bruikbaar voor herhaling van de distributiecampagne, bijv. als er nieuwe tabletten verspreid moeten worden.

  3. Kosten de tabletten geld?

    De tabletten worden gratis door de overheid beschikbaar gesteld.

  4. Hoe kan ik jodiumtabletten krijgen?

    Als u in het gebied woont waar de tabletten beschikbaar worden gesteld aan inwoners, ontvangt u hierover een brief en informatiefolder van uw gemeente dat u een tablet kunt ophalen. In deze brief staat vermeld op welke locatie u de tabletten kunt ophalen en wat de openingstijden zijn. Heeft u deze brief niet meer? Kijk op de website van uw gemeente voor informatie over de ophaallocatie voor jodiumtabletten en bijbehorende openingstijden.

  5. Wanneer moet ik de tabletten ophalen?

    Bij uw gemeente is bekend op welke locatie en binnen welke openingstijden u de tabletten kunt ophalen. Er is geen datum vastgesteld waarvoor u uiterlijk de tabletten moet ophalen.

  6. In welke (delen van) gemeenten worden de tabletten verspreid?

    Het advies voor predistributie voor de bevolking geldt voor (delen van) de volgende gemeenten:
    Voor Kerncentrale Doel (België): Reimerswaal en Hulst, Bergen op Zoom, Roosendaal (de kern Wouwse Plantage) en Woensdrecht.Voor Kerncentrale Borssele: Borsele, Goes, Middelburg, Vlissingen, Sluis en Terneuzen.
    Voor de locatie Doel geldt een zone van 20 km afstand tot de kerncentrale, waarbinnen het advies geldt voor het innemen van jodiumtabletten bij een dreiging van een uitstoot van radioactieve stoffen (zie kaartje Maatregelzone Doel). Voor de locatie Borssele geldt een zone van 10 km afstand tot de kerncentrale, waarbinnen het advies geldt voor het innemen van jodiumtabletten bij een dreiging van een uitstoot van radioactieve stoffen (zie kaartje Maatregelzone Borssele). Reden voor dit verschil in afstand is dat de Kerncentrale Doel meer capaciteit heeft dan de Kerncentrale in Borssele.

  7. Mijn gemeente/dorp/stad/wijk ligt niet in het gebied waar jodiumtabletten beschikbaar worden gesteld. Waarom krijg ik ze niet?

    Uit berekeningen en proeven blijkt dat bij het soort kernongevallen dat zich in Borssele of Doel kan voordoen, de vrijgekomen radioactieve stoffen zich meestal niet veel verder zullen verspreiden dan in een straal van 10 km rondom de Kerncentrale van Borssele en 20 km rondom de Kerncentrale van Doel. Dit verschil in aantal kilometers heeft als reden dat de Kerncentrale in Doel een grotere capaciteit heeft dan de Kerncentrale in Borssele. Hoe ver de stoffen zich verspreiden is onder andere afhankelijk van de windsnelheid. Vrijkomende radioactieve stoffen verspreiden zich geleidelijk in de tijd over de omgeving. Hoe verder de afstand tot een kerncentrale, hoe meer tijd er is om ten tijde van een ongeval verdere voorbereidingen te treffen voor maatregelen.
    In omringende gemeenten in een straal van 20-35 km buiten de kerncentrales in Doel en 10-20 km buiten de kerncentrale in Borssele, komen jodiumtabletten niet bij inwoners thuis te liggen. Wél worden in die omringende zone voorraden van jodiumtabletten op decentrale locaties opgeslagen. Mochten jodiumtabletten nodig zijn, dan kunnen de tabletten vanuit deze decentrale opslaglocaties in de buurt alsnog snel worden verspreid onder de bevolking.

  8. Als ik geen tabletten in huis haal en er gebeurt een kernongeval. Kan ik dan alsnog aan tabletten komen en zo ja, hoe?

    U moet er rekening mee houden dat bij een zwaar kernongeval het signaal wordt gegeven om binnen te schuilen, omdat u zich daarmee beschermt tegen blootstelling aan álle vrijgekomen radioactieve stoffen (niet alleen radioactief jodium, maar ook andere stoffen). In dat geval kunt u niet meer de straat op om jodiumtabletten op te halen. Ook hulpverleners kunnen dan niet onbeschermd de straat op om jodiumtabletten uit te delen onder de bevolking. Het advies is dan ook om uit voorzorg nú de jodiumtabletten in huis te halen.

  9. Ik heb al jodiumtabletten in huis. Wat moet ik daarmee doen?

    Kijk op de verpakking welke datum wordt vermeld na de aanduiding "EXP" Deze datum na “EXP” op de stripverpakking betekent: "niet te gebruiken na". U kunt verouderde tabletten inleveren bij de gemeente op de locatie waar u nieuwe tabletten kunt ophalen.

  10. Ik heb jodiumtabletten in huis, maar ga verhuizen buiten de risicozone. Wat moet ik met de tabletten doen?

    Als u gaat verhuizen naar een plaats die verder dan 10 km van de Kerncentrale Borssele ligt of verder dan 20 km van de Kerncentrales in Doel, dan moet u de tabletten inleveren bij uw gemeente.

  11. Ik ben nieuwe inwoner van een gemeente waar jodiumtabletten in het voorjaar van 2010 aan inwoners zijn aangeboden. Hoe kom ik aan tabletten?

    U kunt jodiumtabletten voor u en uw huisgenoten ophalen bij uw gemeente. Vraag hier bijvoorbeeld naar bij inschrijving in uw nieuwe gemeente of kijk op de website van uw gemeente op welke locatie u deze tabletten kunt ophalen en wat de openingstijden zijn.

  12. Hoeveel tabletten krijg ik?

    U krijgt één tablet per bewoner van het adres. Dus heeft u een gezin met vijf personen, dan kunt u vijf tabletten ophalen. Is op het adres een woongroep gevestigd van tien personen, dan kunnen er tien tabletten worden opgehaald.

  13. Krijg ik ook extra tabletten voor bezoek?

    Nee, u krijgt alleen tabletten voor u zelf en uw huisgenoten. Het gaat nu in eerste instantie om het voorbereiden van de inwoners.

  14. Waarom worden de tabletten niet huis-aan-huis bezorgd?

    Een jodiumtablet is een geneesmiddel, waarvoor geldt dat deze niet zomaar huis-aan-huis kan worden afgeleverd. In Nederland is gekozen voor uitgifte via gemeenten, hetgeen alleen mag in nauwe samenwerking met en onder toezicht van een apotheker. Overigens is het ook zo dat bij huis-aan-huis-bezorging de verpakking en verzending onnodig gecompliceerd zou worden, omdat bij ieder pakketje per adres rekening gehouden moet worden met het aantal bewoners.

  15. Waarom worden tabletten niet verspreid door apothekers?

    In Nederland is er voor gekozen de tabletten te verspreiden via de gemeenten. De verspreiding gebeurt in nauwe samenwerking met en onder toezicht van een apotheker.

  16. Als ik buiten de jodiumprofylaxezone woon kan ik dan toch de jodiumtabletten ophalen bij de gemeente?

    Ook inwoners uit andere gemeenten mogen de tabletten ophalen bij één van de gemeentehuizen waar jodiumtabletten worden uitgegeven.

Terug naar boven

Voorlichtingscampagne jodiumtabletten

  1. Waarom worden de jodiumtabletten verspreid onder inwoners?

    Op dit moment liggen jodiumtabletten opgeslagen op verzamelpunten in Zeeland. Mocht zich een zwaar kernongeval voordoen, dan moeten hulpverleners de tabletten verspreiden onder de bevolking. Als er gevaar is voor de volksgezondheid kan tijdens een zwaar kernongeval het advies worden gegeven om te schuilen. Ook hulpverleners kunnen dan niet de straat op om de tabletten te verspreiden. Daarom worden jodiumtabletten ter beschikking gesteld aan de bevolking in maatregelzones rondom de kerncentrales van Borssele (Nederland) en Doel (België). Daarmee sluit Nederland aan bij de werkwijze die in België al eerder in gang is gezet.
    Er zijn verschillende mogelijkheden om uzelf tegen radioactieve besmetting en straling te beschermen. Eén van die middelen is het vooraf verstrekken van jodiumtabletten aan inwoners. Mocht zich een zwaar kernongeval in uw omgeving voordoen, dan kunt u deze ná advies van de overheid innemen om u zelf te beschermen tegen de mogelijke effecten van radioactief jodium.

  2. Waarom worden de jodiumtabletten nu verspreid? Waarom niet eerder?

    Het distribueren van jodiumtabletten is geen nieuwe maatregel. Al sinds jaar en dag is het uitreiken van jodiumtabletten na een ongeval bij een kerncentrale één van de maatregelen die de overheid heeft ter bescherming van de bevolking. Wel nieuw is dat er nu wordt overgestapt van het verspreiden - wanneer een kernongeval dreigt - naar vooraf verspreiden van deze tabletten. Aanleiding van deze beleidswijziging is het besef dat distributie van de tabletten tijdens een ramp onwenselijke situaties op kan leveren voor de hulpverleners die de tabletten moeten verspreiden. Zij worden onnodig in een situatie op pad gestuurd terwijl de overheid juist op een dergelijk moment aan de bevolking vraagt binnen te blijven en ramen en deuren te sluiten. Door nu over te stappen op predistributie (vooraf verspreiden) worden de hulpverleners niet onnodig aan risico's blootgesteld. Daarnaast hebben zij de gelegenheid hun eigenlijke hulpverleningswerkzaamheden uit te voeren. Bovendien sluiten de maatregelen van predistributie in Zeeland en Midden-West-Brabant uitstekend aan bij het distributiebeleid in België en het beroep dat de overheid doet op de zelfredzaamheid van de bevolking, hetgeen ook tot uitdrukking komt in de boodschap die op landelijk niveau in de campagne "Denk Vooruit" wordt uitgedragen (zie www.denkvooruit.nl).

  3. Krijgen bedrijven jodiumtabletten?

    Na de start van uitgifte van jodiumtabletten aan inwoners van een aantal gemeenten in Zeeland en West-Brabant per 15 maart 2010, start een vervolgtraject voor noodstopbedrijven. Noodstopbedrijven zijn bedrijven die tijd nodig hebben om hun bedrijfsprocessen op zorgvuldige wijze uit te schakelen. Vanuit de Veiligheidsregio's Zeeland en West-Brabant wordt contact opgenomen met deze bedrijven om na te gaan op welke wijze zij van een voorraad jodiumtabletten voor hun medewerkers kunnen worden voorzien. Tot die tijd geldt voor deze bedrijven de huidige regeling zoals vastgelegd in de rampbestrijdingsplannen voor de kerncentrales Borssele en Doel, namelijk dat deze bedrijven bij een zwaar kernongeval via de hulpdiensten jodiumtabletten ontvangen.

  4. Wie zijn er betrokken bij het project Jodiumtabletten in Nederland?

    Allereerst de gemeenten in Zeeland en West-Brabant die de jodiumtabletten beschikbaar stellen aan hun inwoners. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met Veiligheidsregio Zeeland en Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, met de organisaties voor Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) in Zeeland en Midden- en West-Brabant, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Kerncentrale Borssele (EPZ), apothekers en (huis)artsen. Tevens is er afstemming met de Belgische federale overheid.

  5. Waarom worden er alleen jodiumtabletten in Zeeland en West-Brabant verspreid en niet in de omgeving van Petten?

    Alleen bij een zwaar ongeval in een kerncentrale, bijvoorbeeld in Borssele of in Doel, kunnen er dusdanige concentraties radioactief jodium vrij komen dat bescherming met jodiumtabletten noodzakelijk is. In België is men al eerder gestart met het beschikbaar stellen van jodiumtabletten aan inwoners in een kring rondom de kerncentrales. In Nederland wordt nu aangesloten bij deze Belgische werkwijze. De reactor in Petten heeft een kleinere capaciteit dan Borssele. Als er een incident plaatsvindt in Petten, dan zullen de gevolgen altijd binnen het terrein van de centrale blijven.

  6. In Duitsland staat ook een centrale over de grens, waarom worden daar geen pillen verspreid?

    De centrale in Lingen, Duitsland, staat dusdanig ver van de grens met Nederland dat daar geen jodiumtabletten verspreid hoeven te worden onder inwoners op Nederlands grondgebied.

  7. In België worden ook jodiumtabletten verspreid. Is de campagne met hun afgestemd?

    Er is regelmatig contact met de overheid in België over de verspreiding van de jodiumtabletten in een gezamenlijk grensoverschrijdend overleg over nucleaire veiligheid. Het is logistiek echter lastig om op exact hetzelfde moment te starten met de verspreiding van de tabletten. Er is (nog) geen Europees beleid op het gebied van jodiumprofylaxe, landen stemmen wel af, maar hebben de ruimte hun eigen beleid te maken. Dit betekent ook dat er soms op onderdelen verschillen zijn tussen Europese landen, die wel verklaarbaar zijn en vaak te maken hebben met het maken van andere keuzes door de verantwoordelijke overheden.

  8. Wat zijn de verschillen tussen de campagnes in Nederland en in België?

    In België worden de jodiumtabletten verspreid via apothekers en in Nederland via de gemeente (met streng toezicht daarop van een apotheker); zowel in België als in Nederland wordt iedereen, ongeacht leeftijd, aangeschreven in een bepaald gebied rondom een kerncentrale over predistributie van jodiumtabletten.
    In België wordt daarbij aangegeven dat inname voor mensen ouder dan 40 jaar geen effect heeft en meer kans op bijwerkingen geeft, in Nederland (evenals in Duitsland) wordt uit voorzorg geadviseerd dat inname voor mensen ouder dan 45 jaar geen effect heeft en meer kans op bijwerkingen geeft.
    In België worden de tabletten ook vooraf verstrekt aan scholen, bedrijven en winkelcentra, in Nederland wordt er voor gekozen bij dreiging van een kernongeval de scholen en bedrijven van de juiste hoeveelheden tabletten te voorzien. Dit kan relatief snel worden gedaan omdat het om overzichtelijke aantallen gaat en omdat de tabletten decentraal in de regio’s Zeeland en Midden-West-Brabant liggen opgeslagen.
    In België is het advies voor volwassenen om twee kaliumjodidetabletten in te nemen, in Nederland één kaliumjodaattablet. Deze verschillende doseringen bevatten echter dezelfde hoeveelheid jodium, namelijk 100 milligram. In Nederland bevat één kaliumjodaattablet 170 mg kaliumjodaat, hetgeen overeenkomt met 100 milligram jodium. In België worden kaliumjodidetabletten verspreid, in één tablet zit 50 milligram jodium.
    In België verschilt het advies voor baby’s en kinderen tot en met 12 jaar inzake de hoeveelheid in te nemen jodium. Om de schildklier goed te verzadigen zit er een grote hoeveelheid jodium in de tabletten. Daarom krijgen jonge kinderen t/m 3 jaar een halve tablet. Bij pasgeboren baby’s kan dit de schildklierfunctie verstoren. In Nederland wordt de schildklierfunctie gecontroleerd door middel van de hielprik, in de eerste week na de geboorte. Op die manier worden kinderen opgespoord waar de jodiumtablet de schildklierfunctie mogelijk heeft ontregeld. Bij oudere kinderen en volwassenen regelt het lichaam de schildklierfunctie zelf weer bij.

  9. Waarom verschillen de campagnes in Nederland en België?

    Er is (nog) geen Europees beleid op het gebied van jodiumprofylaxe, landen maken zelf hun beleid. Dit betekent ook dat je soms op onderdelen verschillen houdt, die wel verklaarbaar zijn en vaak te maken hebben met het maken van andere keuzes door de verantwoordelijke overheden. De verantwoordelijkheden voor de veiligheid en gezondheid in deze landen zijn anders georganiseerd. In België wordt de predistributie onder inwoners verzorgd vanuit de nationale overheid, in Nederland is het besluit om over te gaan tot distributie van jodiumtabletten voor inwoners thuis een verantwoordelijkheid van de gemeenten.

  10. Waar kan ik terecht voor meer informatie over de campagne?

    U kunt terecht op de website www.zeelandveilig.nl. Als u daar het antwoord op uw vraag niet aantreft, kunt u het beste contact opnemen met de afdeling voorlichting van uw gemeente. Zij kunnen dan voor u achterhalen wie het beste antwoord op uw vraag kan geven. Als u medische vragen heeft, kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts of apotheker.

  11. Wat is de campagne “Denk Vooruit”?

    De landelijke, provinciale en gemeentelijke overheid treft veel maatregelen en voorzieningen om een veilige leefomgeving te scheppen voor inwoners. Denk aan strenge veiligheidseisen en toezicht om ongevallen in de industrie en bij transport zoveel mogelijk te voorkomen. Ondanks al die voorzorgsmaatregelen kan er toch iets gebeuren. De overheid bereidt zich daar op voor, maar roept ook burgers nadrukkelijk op om zich voor te bereiden. De landelijke campagne “Denk Vooruit” stimuleert burgers zelf maatregelen te nemen voor het geval zich een ramp of crisis voordoet. Via informatiefolders, website www.denkvooruit.nl, advertenties in kranten en reclamespotjes op televisie en radio wordt dit onder de aandacht gebracht. Denk bijvoorbeeld aan de actie om thuis een noodpakket samen te stellen. Het verspreiden van jodiumtabletten, zodat burgers in de omgeving van een kerncentrale in geval van een mogelijk kernongeval zichzelf kunnen beschermen, sluit aan bij dit uitgangspunt dat burgers ook zelf kunnen bijdragen aan hun eigen veiligheid.

  12. Wie is de woordvoerder richting de media voor de campagne?

    Burgemeester E.J. Gelok van de gemeente Borsele is bestuurlijk woordvoerder namens alle gemeenten in Zeeland en in West-Brabant waar de jodiumtabletten worden verspreid. Voor medisch inhoudelijke vragen of vragen over radioactiviteit, straling en dergelijke worden deskundigen vanuit de GGD en vanuit het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bij de woordvoering betrokken.

  13. Kan ik voor persvragen contact opnemen met de andere gemeenten?

    Het staat vrij om contact op te nemen met andere gemeenten. Echter, de woordvoering over de aanleiding tot en de inhoud van het project ‘Predistributie jodiumtabletten’ wordt gedaan door de burgemeester van de gemeente Borsele. De overige gemeenten kunnen u alleen vertellen waarom zij wel/niet mee doen met de campagne.

  14. Waar kan ik als journalist terecht met persvragen?

    Journalisten kunnen met hun vragen terecht bij de afdeling Bestuursondersteuning van gemeente Borsele.

Terug naar boven

Nucleaire veiligheid

Normale bedrijfsvoering

Nucleaire veiligheid Wat te doen?
Home
Waterdreiging
Weerdreiging
Uitval nutsvoorzieningen
Nucleaire veiligheid
RSS Feed