Symposium Feiten & Gevoelens bij kerncentrales succes

Zeeuws Mini-symposium ‘feiten en gevoelens rond gebeurtenissen bij kerncentrales’ groot succes

Een incident bij een kerncentrale vraagt, naast specifieke inzet van hulpverlening, duidelijke communicatie. Dit komt vooral omdat bij kerncentrales heel snel een groot verschil kan ontstaan tussen wat er feitelijk aan de hand is en hoe de omgeving dit beleeft.

Op 22 maart 2017 vond in Krabbendijke (Zeeland) een mini-symposium plaats over dit thema met als bevlogen dagvoorzitter burgemeester Zoon van Reimerswaal. De genodigden waren onder meer  burgemeesters uit veiligheidsregio’s Zeeland en Midden en West Brabant, afgevaardigden van ministeries, ambtenaren openbare orde en communicatieadviseurs. Doel was om kennis en ervaring te delen en om samen met elkaar over dit onderwerp in gesprek te gaan.

Burgemeester Gelok, portefeuillehouder voor de veiligheidsregio voor nucleaire veiligheid en straling leidde de bijeenkomst in. Hij zei dat Veiligheidsregio Zeeland na Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond het tweede risicogebied van Nederland is. Er is hier sprake van de grootste concentratie aan nucleaire activiteiten. De Schelderegio is uniek met vijf kernreactoren op korte afstand van elkaar en de landelijke opslag van radioactief afval (COVRA). Afgelopen jaren is de bewustwording gegroeid dat gemeenten en veiligheidsregio’s zich nog meer moeten inzetten op de risico’s op dit thema in het verzorgingsgebied.

Er is sprake van een grote communicatieve uitdaging. Kernenergiecentrales zijn zeer veilig.  De exploitanten van kerncentrales vertellen transparant over wat ze doen, maar aan hun geloofwaardigheid wordt getwijfeld door kleuring in bijvoorbeeld de media. Gaat het dan over feiten of gevoelens, gaat het over waarheid of fictie, gaat het over zakelijkheid of framen? zo stelde hij. Er wordt van ons gevraagd ingrijpender voorbereidingen te treffen voor als het een keer fout gaat. De maatregelen (verstrekking jodiumprofylaxe en schuilen en evacueren) worden namelijk in 2017 uitgebreid in een gebied van 100 kilometer rondom de kerncentrales in Borssele en Doel. De uitdaging ligt daardoor in proactieve communicatie in de gebieden rondom kerncentrales. Het Rijk en de veiligheidsregio in samenwerking met de gemeenten hebben hierin een belangrijke taak.

De volgende deskundigen kwamen vervolgens aan het woord

  • Mr. Anneke van Limborgh (afdelingshoofd Nucleaire Veiligheid en Bescherming ANVS) en Rick van der Bulk (ANVS) met de duopresentatie ‘Rol ANVS’.
  • Dr. Frans Greven (toxicoloog en Gezondheidskundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen bij GGD Groningen) met de presentatie ‘Risico’s, risicobeleving en crisiscommunicatie’.
  • Dr. Hugo Marynissen (Academic Director & Faculty Member at Antwerp Management School) met de presentatie ‘Normale chaos, een andere visie op risico- en crisisbeheer’.
  • Prof. Dr. Ira Helsloot (hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen) met de presentatie ‘Over de zin en onzin van angst voor maatschappelijke onrust over kerncentrales’.

Mevrouw Van Limborgh schetste samen met de heer Bulk aan de hand van voorbeelden de verantwoordelijkheden van de in 2015 opgerichte ANVS. De ANVS is onafhankelijk en zelfstandig en ziet er op toe dat de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming in Nederland voldoen aan de hoogste (internationale) eisen. Ze stelt daarvoor regels op, verleent vergunningen, ziet toe op naleving daarvan en kan zo nodig handhavend optreden. Met de oprichting van de ANVS zijn kennis en expertise die nodig is om deze taken uit te voeren, gebundeld. Er werd verduidelijkt welke maatregelen er getroffen zijn om de kans te beperken dat een incident in een kerncentrale effecten heeft voor de omgeving.

Dr. Frans Greven gaf inzicht in risico’s en risicobeleving. Incidenten met gevaarlijke stoffen kunnen gemakkelijk leiden tot grote onrust bij burgers, zoals het geval was in 2011 met de brand bij Chemie-Pack te Moerdijk. Aan de basis van die onrust ligt de angst dat men wordt blootgesteld aan stoffen die gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. Deze zorg treft niet alleen burgers, maar ook overheidsinstanties zoals gemeenten en de veiligheidsregio’s.

Hij ging in op het fenomeen dat communicatie over risico’s vaak niet goed wordt begrepen. Terwijl de overheid denkt de risico’s goed te hebben uitgelegd, lijkt de boodschap niet over te komen. GGD Groningen heeft in 2011-2013 in samenwerking met VUmc onderzoek gedaan naar risicobeleving en crisiscommunicatie bij chemie- en andere grote branden. Dit heeft geleid tot aanbevelingen voor een verbetering van de risicocommunicatie die in de praktijk zijn getest.  

De presentatie van Dr. Hugo Marynissen ging over de vraag hoe we ons meer realistisch kunnen voorbereiden op crises. Hij vertelde dat het in een steeds complexer georganiseerde wereld eigenlijk verbazingwekkend is dat er zich niet meer ongevallen voordoen. Als er dan onverhoopt toch iets fout gaat, hebben we de neiging om alleen maar meer richtlijnen en procedures te maken. Maar gaat het dan daarna ook beter? We moeten als organisaties flexibeler zijn en raken daardoor beter voorbereid  op crises. Hij constateerde dat, indien emotie het overneemt van de ratio, regels gemakkelijk overboord worden gegooid en vallen we terug op onze ervaring, opleiding of intuïtie. Je moet dan kunnen rekenen op teams die weten wat ze doen, goed opgeleid zijn en die in staat zijn zelfstandig op te treden. Hij refereerde daarbij aan de ervaringen van hulpverleners tijdens de aanslagen op luchthaven Zaventem precies een jaar geleden op 22 maart 2016.

Prof. Dr. Ira Helsoot nam de aanwezigen mee in de vraag of de samenleving zich ongerust of juist niet ongerust maakt over kerncentrales. En als we denken dat mensen zich ongerust maken, zijn ze dat dan ook wel en wie maken zich dan precies ongerust. Hij stelde dat de burger prima in staat is om risico’s goed in te schatten en dat ze zich niet laten leiden door berichten in de media. Hier is onderzoek naar gedaan. Na Fukushima was er in Nederland  niet meer ongerustheid over kernongevallen. Belangrijk is dat als de overheid communiceert, ze dat vooral zo transparant en duidelijk mogelijk doet. Het is beter om het gevaar of risico goed te verwoorden en aan te geven wat mensen kunnen doen in plaats van de kans dat het niet gebeurt te communiceren. Dat is één van de redenen dat veel mensen die in de omgeving van een kerncentrale of een chemische industrie wonen, en vaak ook werken, er weinig problemen mee hebben.

In een paneldiscussie werd een aantal onderwerpen uitgediept. Hierbij werd onder meer gesteld dat bij risico- en crisiscommunicatie de rol van de burgemeester van groot belang is: de burger heeft meer interesse in de mening van de burgemeester dan in die van bijvoorbeeld een minister.  Na afloop werd zeer positief gereageerd op dit Zeeuwse initiatief.

Delen op social media: